|
Hierop verheft zich een leeuw - zoekend wien hij zal verslinden (I Petri. V) met eene hinde tusschen de klauwen. Daarnaast zien wij een draak, die, den grond omwoelend, naar verborgen schatten zoekt. Deze is eene type der gierigheid (4). | 212 |
| Noten | |
| 4. | Op de plint wederom een monnik biddend uit een boek (dezelfde betekenis als de vorige). |
C.F.Xav. Smits, De Kathedraal van 's-Hertogenbosch (1907) 212-213
Concordius van Goirle & Martien Coppens, De koorbanken van St. Jan (1946) 68, 70, 71, 74, 75, 140-141
A.M. Koldeweij e.a., De koorbanken in de St.-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1991) 76, 80 (afb.)
Jan Mosmans, De St Janskerk te 's-Hertogenbosch (1931) 377, 379
C.F.Xav. Smits, De Kathedraal van 's-Hertogenbosch (1907) 212